Met een bezoekje aan Bourtange kom je in een uithoek van ons land. Het vestingsdorp moet als frontierbewaking logischerwijs aan de grens liggen. Nu de tijden zijn veranderd rest het keurig onderhouden stervormige ontwerp, waarover we een rondje kunnen wandelen.
Door dorpen als Musselkanaal en Jipsinghuizen rijden we richting de Duitse grens. Voorheen bestond dit gebied uit hoogveen en moerassen waardoor Bourtange een toegangspunt vormde. De vesting kon de doorgang controleren. Maar dan hebben we het over de 16e en 17e eeuw. Nu is het dorp een toeristische trekpleister. Op een parkeerplaats net buiten de wallen is echter ruimte zat op een rustige donderdag aan het eind van de zomervakantie. De busparkeerplaatsen zijn ook leeg. Van massatoerisme lijkt vandaag in ieder geval geen sprake.
We houden het simpel met een wandeling door de toegangspoort naar het dorpsplein en een rondje over de vestingwallen die het dorp haar karakteristieke uiterlijk geven. Langs die route zijn een aantal bezienswaardigheden te zien, zoals de Standerdmolen en kerk. Op de bastions, op de hoeken van de vesting, staan nog oude kanonnen en wachthuisjes, allemaal keurig onderhouden om ook de 21e eeuw te doorstaan.
Grappiger vinden we de gereconstrueerde latrines. De toiletten zijn hoog boven de gracht gebouwd en elk met een bruggetje toegankelijk. Als je echt zin hebt kan je even gaan zitten, want de deuren zijn los, maar het mag duidelijk zijn dat op deze manier de grachten niet lang zo schoon blijven als ze nu zijn. Er groeien waterlelies en er leven eenden en futen.
Binnen de wallen van Vesting Bourtange zijn er verder musea over de Tachtigjarige Oorlog en het dagelijks leven van de soldaten, oude barakken, een schooltje en een smederij. Ook zijn er herbergen, winkeltjes en tentoonstellingen. Veel is ingericht zoals in de 17e en 18e eeuw, zodat je een beeld kan krijgen van het leven in de vesting. Regelmatig worden er demonstraties en evenementen gehouden, zoals exercities, markten en historische veldslagen. De VVV bij de parkeerplaats verstrekt informatie en verkoopt tickets.
Wij stappen de auto weer in om onze kans waar te nemen even over de Duitse grens te rijden. Via buitenweggetjes door de velden rondom het dorp komen we uiteindelijk op de Koeweg, dat over de grens niet meer dan een zandweg is. Hier geen grenscontroles, maar de afgesproken vrije doorgang, tenzij je vast komt te zitten in het losse zand. Aan de andere kant heet het de Kuhweg.
Het korte ritje naar de oosterburen brengt ons bij twee van hun aantrekkelijke producten: goedkopere benzine en schnitzels. Bij Schnitzel- und Buffethaus Olle Rheen in Rhede beslaan de variaties van het platgeslagen vlees vier bladzijdes in het menu. Het is geen absolute aanrader als verrassing voor Jiska, maar daarom wel even lachen. We kunnen ongeacht met een goedgevulde maag en tank weer naar huis.
Blijf op de hoogte!
Ontvang een wekelijkse e-mail met de laatste blogberichten