Drie dagen Angkor

geschreven door Pim op

Even inkoppen: “Angkor Wat?”. Toch is dit een veelgestelde vraag van het thuisfront. En een terechte. Alleen al omdat wat te zien is in Angkor zo vaak door de onwetende toerist (wij inclusief) onder de noemer ‘Angkor Wat’ wordt gegooid, dat pas met het antwoord op deze vraag recht wordt gedaan aan het resultaat van de meest rijke en productieve periode uit de geschiedenis van Cambodja.

Angkor is een regio rond Siem Reap. In deze regio beleefden tussen 800 en 1200 de Cambodjanen, ook wel bekend als de Khmer (niet verwarren met de Rode – communistische – Khmer van later) hun hoogtijdagen. Dat ging vooral gepaard met, voor toen, ongekende urbanisatie, onder leiding van vele koningen die zich steeds vaker en meer aan de goden gingen meten. Een groot deel van de gebouwen werd daarom gewijd aan de verering van de goden of – en dat werd bijna hetzelfde – de koninklijke familie. Angkor Wat is daar het best bewaarde en grootste voorbeeld van: een gigantische tempel die een gebied beslaat van 1.5km bij 1.3km, omringd door een 190 meter brede slotgracht.

DSC_4147

Een entreekaartje voor de regio is relatief kostbaar. Je kunt kiezen voor een ticket voor één dag, drie dagen of 7 dagen. Respectievelijk $20, $40 en $60. De meerdagenkaarten zijn over een periode van respectievelijk één week en één maand na aanschaf te besteden. Als je geen historicus of archeoloog bent, denken wij dat je genoeg hebt aan drie dagen. Je kunt dan niet alles zien, maar hebt waarschijnlijk je portie tempels ruimschoots gehad.

Er zijn namelijk alleen tempels over. In de Angkoriaanse traditie gold de regel dat enkel voor de gebouwen gewijd aan de goden, stenen als bouwmateriaal gebruikt mochten worden. De houten huizen, maar ook paleizen, zijn lang geleden vergaan. Al geven de stenen bouwwerken een aardig idee van de grandeur waarmee het rijk pronkte, het blijft lastig om een beeld te vormen van een regio die leeft, zelfs uit haar voegen barst van de bevolkingsgroei.

Angkor Thom moet bijzonder indrukwekkend geweest zijn, toen de stad nog bewoond werd door 1 miljoen inwoners. Dit was in de tijd dat Londen slechts 50.000 inwoners had. Tussen de muren die een gebied van zo’n 10km2 afbakenen (voor de zekerheid omringd door een slotgracht waar je u tegen zegt, van zo’n 100 meter breed, bewoond door kwaadaardige krokodillen), staan nu nog slechts een tiental constructies overeind. Overeind is soms een groot woord, bijvoorbeeld voor de westelijke poort de stad in, dat niet veel meer voorstelt dan de stapel stenen waar de poort ooit van gebouwd werd. Het Elephant Terrace heeft prachtige pilaren die de slurf van een olifant voorstellen, met erop de kop. De slagtanden zijn in de meeste gevallen afgebroken, alsof ook hier gestroopt werd.

De fiets is een goed vervoersmiddel om de regio op eigen houtje te verkennen. De meeste hostels in Siem Reap kunnen je een fiets huren voor zo’n $1 tot $2 per dag. De wegen zijn goed, bij de meeste tempels kun je je fiets goed kwijt en omdat het van tempel naar tempel toch vaak een paar kilometer is, kun je je opmaken voor mooie ritjes door de jungle-achtige omgeving. Bovendien hoef je zo niet telkens te onderhandelen met de zeer aanwezige tuk-tuk drivers.

Ga je Angkor bezoeken, dan moet je kiezen wat je wel en niet gaat zien. Met de ‘musts’ kan je een dag vullen, dat zijn Angkor Wat, Angkor Thom, met het Elephant Terrace en de Bayon, en Ta Prom, al staat die laatste door de herstelwerkzaamheden wat ons betreft ter discussie. Dag 2 kun je dan gebruiken om wat minder grote of bekende tempels, poorten, muren of bruggen te bekijken. Ook de waterreservoirs, die wij slechts van een afstand zagen, zijn indrukwekkend door hun omvang. Zolang je dan op dag 3 maar de moeite neemt om erop uit te gaan, naar Beng Mealea, wat ons betreft echt de gaafste en mooiste tempel van Angkor, op zo’n 50km, of 1,5 uur tuk-tuk, van Siem Reap.

Beng Mealea is amper hersteld dus je ziet hier hoe de jungle, in de loop van honderden jaren, de grond stukje bij beetje terugclaimt. Bomen groeien langs de muren, door de kieren en op de daken. Stenen die ooit de ingang vormden, liggen in een grote hoop waar je op moet klimmen om in de tempel te komen. Het is er niet zo druk en de bomen geven ook nog veel schaduw, dus je kan deze tempel op je gemak verkennen. Op de terugweg, een uur van zowel Beng Mealea als Siem Reap, vind je nog één must: Banteay Srei, voor de uitgebreide en fijne beeldhouwwerken die de kleine gebouwtjes in het tempelcomplex sieren.

DSC_4246

Bij het bezoeken van de musts, ontkom je niet aan de mensenmassa die gevormd wordt door mede-toeristen. Geef je er de eerste dag aan over en laat je afleiden door de mooiste tempels en beeldhouwwerken. ’s Ochtends is het altijd rustiger en omdat Angkor Wat de toeristen een beetje trechtert, is het slim om deze tempel eerst te bekijken. Dan kun je daarna even naar Ta Prom en ’s middags op je gemak door Angkor Thom.

Een groter probleem zijn de populaire zonsopkomst en – ondergang, omdat dan het samenvallen van tijd en locatie zorgt voor piekmomenten. Voor de tempelberg Phnom Bakheng, dé plaats om de zonsondergang over Angkor Wat te bekijken, stond een rij van twee-, driehonderd man. Je mag er pas op als anderen er vanaf gaan, dus de kans dat je er precies op staat als de laatste stralen over de horizon komen, is verwaarloosbaar. Neem je toch de moeite om naar boven te gaan, dan kan je ook langs de rij nog zo’n 100 meter doorlopen (langs de olifanten opstapplaats), daar vind je een klein terras met uitzicht op Angkor Wat waarvan niemand het bestaan leek te kennen.