Duiken in de Malediven

Duiken in de Malediven blijkt een aaneensluiting van zichzelf overtreffende dagen, die we alleen bij kunnen houden in een strak schema. In 11 dagen op een boot varen we schijnbaar kris kras langs de atollen die de Malediven vormen. Het team van The True Maldives, dat de liveaboard verzorgt, heeft een helder plan: zoveel mogelijk zien van de overweldigend rijke onderwaterwereld in de Malediven.

In een ‘gewoon’ dagritme aan boord van de Dinasha worden we even voor 6 uur ‘s ochtends gewekt voor een briefing, die direct wordt gevolgd door een eerste duik vanaf de Dhoni, een kleinere boot, waar de luchttanks en duikspullen klaarliggen. We komen terug voor ontbijt en korte rust, waarna rondom een lunchpauze nog twee duiken volgen. Even na vier uur past dan ‘relaxen’ in het schema, dat voor de duidelijkheid op een whiteboard is uitgeschreven.

In de praktijk variëren de dagen iets, vooral door slecht weer op open zee in het staartje van de regentijd. Het plan wordt met een oog op de omstandigheden gewijzigd, maar nooit zonder doelen uit het oog te verliezen die met de groep zijn bepaald. Onder de 9 duikers en daarbij 7 snorkelaars zijn er wensen als het gaat om de zeedieren die ze hier graag zouden willen zien. Als een belletje klinkt wordt iedereen die zin heeft aan dek verwacht om het water in te gaan.

Samen met de ontzettend vriendelijke en bovenal hardwerkende crew aan boord van de Dinasha, verzorgt Remco, eigenaar van The True Maldives, de beste kans op mooie duiken. Alles wat geregeld kan worden, wordt geregeld. De natuur doet de rest; onder water in onze duikuitrusting worden we 2 tot 3 keer per dag, zolang de perslucht strekt, getrakteerd op stukjes van een onwaarschijnlijk mooie onderwaterwereld.

Daarin zwemt en verstopt zich vanalles, in allerlei soorten en maten. We verwonderen ons over de kleuren van kleine naaktslakken, die zich tegoed doen aan de sponzen en het koraal op de riffen rond de eilanden die de atollen vormen. Niet te missen zijn grote scholen die samen een bonte verzameling vormen van allerlei soorten vissen. Ze blijven dichtbij het rif voor eten en verstopplekken.

Er zijn rond het rif verschillende haaiensoorten te zien, zoals wit- en zwartpuntrifhaaien, zusterhaaien en, in groten getale, grijze rifhaaien. We zien soms grote groepen, tot wel 50 sterk. Ze patrouilleren in de stroming boven de afgrond. Onder hen valt de bodem weg in een schijnbaar oneindige blauwe diepte. Op de rand, tot zo’n 30 meter diep, kunnen we onszelf aan een steen vasthaken, met een rifhaak, om het schouwspel gade te slaan. Zo lang als we zo diep kunnen blijven, want op zulke dieptes speelt de stikstofverzadiging in ons weefsel een rol, die optreedt door de hoge waterdruk.

Telkens ronden we, – als dat enigszins lukt – samen met de gids, Jeff, en Remco, de duik af. Er wordt een duikboei opgelaten daar waar we door de stroming zijn uitgekomen. Eronder wachten we voor de zekerheid 3 minuten op 5 meter diepte – een safety stop – om het stikstof onder lagere druk weer vrij te laten komen in ons bloed en uit te kunnen ademen. Tegelijk signaleren we met de boei de boot, die ons oppikt als we boven zijn. Die plek verschilt gewoonlijk van de vertrekplaats, door stroming. Aan boord bergen we de duikspullen op voor de volgende duik op bijna elke keer weer een nieuwe locatie.

Sommige locaties zijn in het bijzonder plekken waar uitzonderlijke zeedieren zich mogelijk laten zien. Daar gaan we soms simpelweg op de zeebodem zitten om te wachten tot de voorstelling begint. Bijvoorbeeld bij een zogenaamd ‘cleaning station’; een rots waar vissen zitten die parasieten van de huid van grotere vissen eten. Aanvankelijk kijken we daar naar een verzameling van allerlei visjes, die net als ons wachten op bezoek.

Dan komen, als voor een soort wasstraat, grote mantaroggen langs. In een sierlijke bocht lijnen ze zich uit om de rots een aantal keer te passeren. Ze worden door de visjes schoongegeten, tot in hun grote open monden toe, waarna ze weer verdwijnen in de blauwe diepte. Even later volgt een ander, en telkens weer één. Met hun 2 tot 5 meter breedte overschaduwen ze ons aan de rand van de rots. Het is een waar schouwspel, waarvan we zomaar getuige mogen zijn.

Een andere uitzonderlijke duik omvat aanvankelijk niets anders dan meedrijven op de stroming, die soms sterk genoeg kan zijn om bijna niet anders te kunnen. Aan het oppervlakte drijven de snorkelaars mee. Als duikers zwemmen we zo’n 15 meter diep. Samen wachten we op een tegenligger, die gewoonlijk langs het rif zwemt. Het duurt niet lang voordat – tegen het licht van boven water – het enorme silhouet zich aftekent van een walvishaai. Met 6 tot 8 meter lengte is het de grootste vis ter wereld. Hij buigt af en passeert vlak voor ons, om dan ongestoord de diepte in te glijden.

In meer duiken verkennen we het rif, op zoek naar alles wat we kunnen vinden. Er zijn bijvoorbeeld murenen verstopt, die vaak alleen hun dreigende koppen laten zien. En er zijn trompetvissen, naaldvissen, eenhoornvissen, steenvissen, lipvissen, kogelvissen en koraalduivels. We zien ook de iconische anemoonvissen – en de bijbehorende Picasso-doktersvis, die de meesten kennen van een animatiefilm. Ze verstoppen en verschuilen zich – vaak op vaste plekjes – tussen stenen waarop sponzen groeien en enorm en soms kleurrijk koraal. Met een beetje geluk vinden we daar ook schildpadden, die liggen te rusten of eten op het rif. Boven zandige bodems maken we weer kans op adelaarsroggen, pijlstaartroggen, duivelsroggen en zelfs – zeldzamere – gitaarroggen.

Het koraal is op veel duikspots ook een attractie op zich. Op geringe diepte deinen we aan het eind van een duik op de stroming van golven mee, die over het rif de atol in rollen. Onder ons is de bodem begroeid met allerlei soorten en maten koraal. Enorm tafelkoraal staat als een soort paddestoelen verspreid. Ertussen groeien nog vele andere soorten, waarvan je een studie op zich kan maken. Ertussen zijn ook zeesterren en zeekomkommers te vinden, en, op de goede plek en met even zoeken, bidsprinkhaankreeften en octopussen.

Onder water kunnen de ervaringen hooguit gedeeld worden door elkaar te signaleren. De gidsen gebruiken een soort dirigeerstok, waarmee ze tegen hun luchttank tikken om onze aandacht te trekken. Onderling gebruiken we afgesproken handgebaren. Naast gebaren over het duiken heeft ook elke algemene vissoort een specifiek gebaar gekregen. Ze worden ook vooraf altijd nog even voorgedaan bij de briefing. Weer aan boord, na de duik, worden alle ervaringen enthousiast nabesproken.

Aan ons rest de opgave om het fysiek vol te houden. In de elf dagen duiken in de Malediven maken we 25 duiken. Naast het inspannende duikschema en de impact die dat heeft op de oren en hoofdholtes, speelt ook de deining aan boord een rol. Dag en nacht beweegt de boot op de golven en misselijkheid ligt op de loer voor wie daar gevoelig voor is. Reistabletten helpen voor ons gelukkig goed tegen de zeeziekte. Maar het beste medicijn zijn natuurlijk de ontzettend mooie duiken die het moraal hoog houden, zelfs als ze soms een beetje spannend zijn.

We zijn aan het eind van zulke dagen moe genoeg om goed te slapen. Zo slapen we uiteindelijk ook door het rollen van de boot heen, waarbij er van alles luidruchtig meebeweegt in de boot. Hoe er ook geslapen is; het is weer vroeg gedaan met de rust. Onder een luid “koffie, thee, briefing” klopt Remco aan (met militaire punctualiteit) om tijdig kenbaar te maken dat – en hoe – de dag weer begint. We kunnen weer!

Let op: Je gebruikt een oude browser met beveiligingsrisico's waarin deze website niet goed werkt.
Gebruik Chrome of kijk op Browse Happy om een nieuwe browser te installeren.