Hoogteziekte in Tibet

geschreven door Pim op

We ontgroenden onszelf al eens in de Alpen, maar kwamen in de Himalaya toch voor nieuwe uitdagingen te staan, met name op hoogten van meer dan 5000 meter. Dit was onze ervaring met hoogteziekte in Tibet.

Iedereen kan last krijgen van hoogteziekte. Allerlei factoren kunnen worden aangewezen, maar heeft heeft vooral te maken met acclimatisatie. Boven de 2000-2500 meter is er minder zuurstof. Daar moet je lichaam aan wennen. Stap voor stap, want hoe hoger je gaat, hoe minder zuurstof er in de lucht is. Iedereen reageert daar anders op. De een heeft sneller last van hoogteziekte dan de ander. Behalve als je Tibetaans bent. Bijna 90% van de Tibetanen heeft een genvariant die hen beschermt tegen hoogteziekte.

Daarom is het als niet-Tibetaan onhandig om van een veel lager gelegen plaats een vlucht te nemen naar bijvoorbeeld Lhasa, waar je ineens op 3600 meter hoogte staat. Dat overleef je natuurlijk wel, maar je zal hoogstwaarschijnlijk een paar dagen hoofdpijn hebben en je misschien misselijk voelen en/of last hebben van benauwdheid. Dat zijn onze eerste verschijnselen van hoogteziekte in Tibet en het is verstandig om hier adequaat op te reageren. Dit is precies de reden waarom de meeste tours door Tibet beginnen met een paar dagen Lhasa, naast dat de stad bijzonder interessant is, moet je acclimatiseren.

De rest van Tibet is hoger gelegen dan Lhasa. Richting Mount Everest Basecamp klimmen we met de auto in enkele dagen bijna 2000 meter tot 5200 meter hoogte. De Tibetaanse gids en chauffeur hebben natuurlijk nergens last van. Jiska eigenlijk ook niet. Ik en onze Vietnamese reisgenoot lijken het meest last te hebben van hoogteziekte. Aangekomen op Everest basecamp voel ik me niet bijzonder fit. Ik heb geen eetlust en lig de hele nacht te hijgen. ’s Ochtends is er geen verbetering. De enige oplossing is om weer lager te gaan. Of het zuurstof te gebruiken dat we in een soort grote deobussen hebben meegenomen. Dat lucht letterlijk op!

Ook zorgen we dat we zo veel mogelijk drinken. De vuistregel is een liter per 1000 hoogtemeters, plus een liter extra. Op 5000 meter hoogte moeten we dus 6 liter per dag drinken. Dat redden we niet. Ten eerste omdat zes liters per dag gewoon heel veel is, ten tweede omdat we niet zoveel water voorhanden hebben. We hebben vier flessen voor ons tweeën, dat is slechts 3 liter per persoon. Een goede reden om bij de regelmatige theepauzes een kopje extra te nemen, of als lunch een goede noodlesoep te kiezen.

Zo komen we een week op hoogte wel door. Al voelen we ons lager in Nepal weer een stuk beter. Daar gaan we voor de volgende uitdaging, te voet naar 5416 meter hoogte in het Annapurna gebergte!

Let op: Je gebruikt een oude browser met beveiligingsrisico's waarin deze website niet goed werkt.
Gebruik Chrome of kijk op Browse Happy om een nieuwe browser te installeren.