Leven in een ger

“Sain baina uu!”. We stappen over de drempel een Mongoolse ger in en worden warm ontvangen. De gedroogde geitenkeutels in de potkachel verwarmen een verse kan melkthee die we met wat koekjes en gedroogde yoghurt gepresenteerd krijgen.Supergastvrij zijn de Mongoolse nomaden, die we met dit onaangekondigde bezoek niet verrassen: ze hebben altijd wat klaarstaan voor gasten. We kunnen meelunchen, dineren en blijven slapen als we dat willen, zelfs als dat betekent dat er voor henzelf geen plek meer is in hun eigen ger.

Sommige nomanden hebben een gastger, een ger met vooral bedden waar we niet een leefruimte hoeven te delen. Een ‘woonger’ doet dienst voor de rest. Er wordt gekookt, gezeten en gekeken. Is er alleen een woonger dan het laatste vooral naar ons.

Bij een gezin in de buurt van Ulaan Suvraga krijgen we de woonger aangeboden; de familie zal in hun auto slapen. Als we wakker worden zitten ze ons vanaf een  metertje of twee te bekijken, met het ontbijt in hun hand bij de potkachel. De man grinnikt naar zijn vrouw als hij ziet dat ik alleen in mijn boxer in de slaapzak lig.

In de Gobi helpen we een familie verhuizen. Aan de ene kant van de zandduinen breken we een één ger af, aan de andere kant moeten er vijf opgezet worden. De vilten tentdoeken worden als schillen van een ui van de ger gepeld, de stokken losgetrokken en een beweegbaar hekwerk van hout dat de cirkelvorm van de ger bepaalt in elkaar geduwd. Alles gaat in een Russisch busje. Wij volgen. Een ger opbouwen blijkt lastiger dan afbreken, maar de Mongoolse familie is er erg handig in. ’s Avonds kunnen we weer in een ger logeren.

Rond de gers houden honden de wacht over bewoners en de kuddes. Het zijn geen keffertjes. Niet voor niets is “Nokhoi khorio” een alternatieve groet. Het betekent: Houd de hond vast! Ze zijn geselecteerd om wolven af te weren en dat lijken ze goed te doen; we zien geen wolven. Jiska weet het zo net nog niet. Als een grote hond bij het plassen zijn snuit tussen haar billen steekt is ze er wel klaar mee.

Toch is het voor ons een luizenleventje in de gers. We worden er goed verzorgd,  slapen of relaxen er lekker en kunnen er een beetje uitrusten van de lange dagen rijden. Altijd in en om een ger leven, zoals de locals doen, is zwaarder. Dat kun je aan hun lijven en gezichten aflezen. Ze staan ’s ochtends vroeg op om de dieren te zoeken, te melken of betere grond te zoeken om de dieren op te laten grazen. De kuddes zijn – als het goed is – groot en hebben veel aandacht nodig om de winters in het ruige onvergeeflijke landschap van Mongolië door te komen.

Is het écht koud, dan is er maar één oplossing: leven in de ger. Schijnbaar de enige oplossing om te overleven in Mongolië. De geiten en schapen mogen in extreme gevallen ook in de tent. Het zou niet best zijn als we dat mee hadden moeten maken.

Let op: Je gebruikt een oude browser met beveiligingsrisico's waarin deze website niet goed werkt.
Gebruik Chrome of kijk op Browse Happy om een nieuwe browser te installeren.