Met de camper naar Marokko

geschreven door Pim op

Als onderdeel van het winterprogramma begeven we ons weer naar warmere oorden om de wintertijd in door te brengen. Via Frankrijk reizen we vlot door naar Spanje om daar in enkele etappes bij Algeciras te komen. Daar nemen we een veerboot naar Marokko en reizen zo de zon achterna. Het wordt een roadtrip van ruim 3400 kilometer, naar een comfortabele temperatuur tussen de 20°C en 25°C en een hele andere omgeving.

Vlak voor de Spaanse grens stoppen we, op een voor ons bekende plek, achter een begraafplaats in het dorpje Le Boulou. Er is een camperplaats zonder faciliteiten, als je een waterkraantje óp de begraafplaats niet meetelt. Er zijn altijd wel een paar campers te vinden. We sluiten tegen de schemering aan, en vertrekken alweer voor de zon goed en wel op is. De andere camperaars zien we niet, ze blijven verborgen achter hun gordijnen en raamisolatie.

Roadtrip door Spanje

Die dag rijden we stevig door, ondanks dat de zon al snel zeer uitnodigend begint te schijnen. De lucht is strakblauw en het voelt meer dan lente-achtig. Maar dit weer laten we niet achter ons. Sterker nog, zuidelijker wordt het nog iets warmer en kunnen we ook op warmere nachten rekenen, wat een welkome luxe is. Daarom parkeren we op een betaalde camperplaats vlakbij Casa de las Monjas in de provincie Murcia, met een douche en WC, waar we een paar dagen blijven om te werken.

De omgeving hier laat zich typeren als platteland, met akkers vol gewassen, waaronder opvallend veel broccoli, waartussen we ongehinderd kunnen wandelen. Op lege velden wordt de mest uitgereden die weggepompt wordt uit afgesloten stallen, waaruit slechts het geluid van varkens ontsnapt. Irrigatiekanalen zijn een ander onmisbare voorziening voor groeizame omstandigheden. Het zonnetje doet de rest. Naast de dagelijkse wandeling zoeken we online elke dag een uurtje naar een alternatief voor de vooralsnog enige logische verblijfplaats in de buurt van Algeciras, maar het is tevergeefs.

Uiteindelijk hebben we weinig keus, als we niet enkele dagen zonder faciliteiten willen verblijven en wel alvast in de buurt van Algeciras willen komen. Slechts één camping in die omgeving biedt schijnbaar de WC’s en een heerlijke warme douche die we graag gebruiken, voor een bedrag onder de 30 euro. Camping Sureuropa ligt op loopafstand van het strand even ten noorden van Gibraltar. Ik ben er al eerder geweest op weg naar Marokko. We krijgen er met ons kleine campertje een kleine plekje toegewezen, waar duidelijke sporen van een recente regenbui te zien zijn, maar het zonnetje nu alweer zo lekker schijnt dat Jiska de schaduw opzoekt. We boeken online tickets voor de boot naar Marokko.

Op de laatste dag vóór vertrek verhuizen we nog. We kiezen voor die nacht één van de vele gratis parkeerplaatsen rond de haven, om de volgende ochtend sneller ter plaatse te kunnen zijn. Met de andere bezoekers, in allerlei soorten campers, stellen we ons hier op in een patroon wat feitelijk de urinoir-etiquette volgt: tussen de campers worden bij voorkeur één of enkele plaatsen vrijgehouden, totdat het te druk wordt om dit vol te kunnen houden, of laat genoeg om meer veiligheid dan gêne te voelen bij de toenadering.

We doen ons ter gelegenheid van het aankomende vertrek uit Spanje tegoed aan wat tapas in het visrestaurantje “El Pargo” op de kade van de jachthaven, een klein familierestaurant waar de keuken om 8 uur open gaat en iedereen gezellig de voetbalmatches volgt die op groot scherm worden vertoond. Bij terugkomst bij de camper schalt bij het café tegenover de parkeerplaats de muziek nog uit de boxen, maar ‘s nachts wordt het uiteindelijk rustig.

Overvaren naar Marokko

‘s Ochtends zijn we bijtijds weg om deze parkeerplaats te verruilen voor de rijen met auto’s en campers die zich verzamelen bij de havenpier waar de boot naar Marokko vertrekt. Het is er al een drukke boel. De auto’s worden onhandig dicht op elkaar gepakt, maar al vlot komen we rij na rij in beweging. We worden door de kaart- en paspoortcontrole naar de boot geleid. De overtocht zal zo’n 1,5 uur duren en aan boord wordt, in ruil voor het invullen van een klein velletje met persoonsgegevens, al de stempel afgegeven in ons paspoort voor de entree in Marokko. Aan wal hoeven we dan nog slechts de invoer van de auto te regelen.

Voor tijdelijke import van een auto of camper in Marokko, heb je een carte grise nodig. Het kleine kaartje, dat je – na registratie – gratis krijgt bij de douane, dient als tijdelijk kentekenbewijs in Marokko. Voordat we zover komen, worden we echter met vele andere campers omgeleid naar een aanvullende controle. In een rij worden de voertuigen met röntgenstraling inhoudelijk bekeken, wat wordt gedaan met een speciale vrachtwagen, die daarvoor is uitgerust. Iedereen moet daarbij zijn voertuigen verlaten en zijn – in ons geval Nederlandse – kentekenbewijs afgeven. Die krijg je na de controle direct terug, mits alles goed is natuurlijk, maar de sfeer is gemoedelijk en we maken niets verrassends mee. Zo kunnen we verder in de rij naar de laatste douanekantoortjes, waar alleen nog gevraagd wordt of we geen wapens of een drone meenemen naar Marokko, voor de registratie door een agent in orde wordt gebracht.

Er zijn wisselkantoren in de haven, maar we voelen er niet veel voor om hier lang te blijven. Op een uur rijden ligt een klein dorpje dat we kennen van voorgaande jaren, aan de westkust van Marokko, genaamd Asilah. Voor de tolweg die hiernaartoe leidt hebben we nog wat dirhams van het vorige bezoek aan Marokko. In Asilah kunnen we terecht voor een pinautomaat om dirhams te pinnen, een souk voor kleine boodschappen, een simkaart en – nu we toch stilstaan – een heerlijk verse jus d’orange in het warme middagzonnetje. Voor we weer wegrijden betalen we een man in een geel hesje – die het straatje waarin we geparkeerd hebben, claimt als parkeerwacht. Hij krijgt 10 dirham, ondanks dat hij met een doorzichtig leugentje om meer probeert te vragen.

Roadtrip door Marokko

Aan de rand van het dorp tanken we de auto af. Er zijn hier nog pompbedienden die alles regelen, we hoeven slechts aan te geven hoeveel we willen tanken; plein is vol. De man is goedlachs en geeft zijn ogen tijdens de tankbeurt de kost. Zo krijgt hij een pakje crackers op de voorbank op het oog, waarmee we onderweg alvast wat lunchten. Hij lust er wel één, ondanks mijn waarschuwingen dat ze erg droog zijn. Ook zijn collega’s gaan ervoor. Iedereen heeft z’n mond nog vol als hij het totaalbedrag moet oplezen, wat hij dan nog nauwelijks kan. We schieten samen in de lach. Het bedrag staat ook gewoon op de pomp en met de net gepinde dirhams rekenen we af. Dan draaien we de tolweg weer op, om nog een paar uur kilometers te vreten.

Tegen het vallen van de avond parkeren we de camper op Camping la Chenaie in Kénitra. We zijn zo al tot zo’n 250 kilometer van de haven van Tanger Med gevorderd. De schemer valt al, als we ons net geïnstalleerd hebben. Op de gok wandelen we naar het dichtstbijzijnde centrum, waar we tot onze verrassing in een markt terechtkomen die nog lang niet lijkt te worden opgebroken. Het is zo druk dat we met de Marokkaanse bezoekers langs de kraampjes schuifelen. Nu geven wij onze ogen de kost. Er zijn kraampjes voor kleding, winkels bomvol schoenen en zaken waar de lingerie tot aan de straat uitgehangen wordt. Ook zijn er groente- en fruitstallen.

We kiezen eerst een klein restaurantje om wat te eten, waar 80% van de menukaart niet beschikbaar blijkt, maar we wél een volle kom harira-soep kunnen kopen, met brood, voor maar één euro voor ons beiden. We steken de straat schuin over om bij een kiprestaurant nog elk een bord kip met rijst als hoofdgerecht te laten volgen. Op de terugweg naar de camping nemen we nog een verse ananas mee en kopen, voor uit het vuistje, een paar kleine kokosmakroontjes, die door een oud mannetje met een volgeladen karretje op de straat worden verkocht.

Nog één dag rijden we flink door, de volgende dag. We gebruiken de tolweg om flink op te schieten, langs Rabat, Casablanca en El Jadida tot Safi, waar de A1 ophoudt en we de N1 verder volgen. Het is opletten op zowel flitspalen als agenten met radarpistolen die je op de kleinste snelheidsovertreding pakken, maar we komen er goed door. En route bezoeken we een grote Carrefour bij de kustplaats Essaouira, waar we wat voorraden aanleggen, van drinkwater uit flessen, tot een paar biertjes, heel wat houdbare producten en ook verse groenten en fruit.

Het is daarna nog ruim anderhalf uur rijden over een steeds meer slingerende weg, door een behoorlijk afgelegen gebied. We rijden door dorpjes waar ineens paard en wagen nog meer in gebruik zijn dan auto’s. De hoofdstraat lijkt één lange souk, waar ontzettend veel koopwaar verzameld is. Het is er druk met bezoekers van heinde en verre, die we later nog inhalen. Op een karrenspoor langs de weg worden ze voortgetrokken door hun ezels of paarden op karren vol hooi of andere koopwaar, op weg terug naar huis. We kijken onze ogen weer uit, maar laten dit alles ook achter ons. We sturen die middag naar Imsouane, waar we 4 jaar geleden ook een paar weken op de camping stonden en we nu weer enige tijd zullen verblijven.

Blijf op de hoogte!

Ontvang een wekelijkse e-mail met de laatste blogberichten

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Reacties

    Nienke De Waard
    29 januari 2024 om 21:51 uur

    🙂

Reageer of stel een vraag

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verplicht voor reageren.

Let op: Je gebruikt een oude browser met beveiligingsrisico's waarin deze website niet goed werkt.
Gebruik Chrome of kijk op Browse Happy om een nieuwe browser te installeren.