Drenthe op z’n best: prehistorisch Nederland wordt rondom een mooi bewaard esdorp versierd met bloeiende heide. We maken een wandeling bij Anloo.
Op de brink van Anloo staat een kerk. Een groot spandoek etaleert: de kerk is open. Het tegenovergelegen restaurant de Koningsherberg ook. Daar is parkeerplek en serveren ze borden friet met kroketten. Het is het beginpunt van onze wandeling. We bevinden ons in Nationaal Park de Drentsche Aa, een natuurpark dat tot in Groningen strekt, rondom de gelijknamige beek. Het is een beroerde tijd voor de beek, want het is al een tijd hartstikke droog. En Drenthe was al zo’n beetje de best afgewaterde provincie van ’t land.
Op de zanderige paden is het warm zodra we uit de schaduw van de oude houtwallen lopen. Tussen kleine weides, achter hekken van Staatsbosbeheer, is het gras deels gemaaid, op wat wilde grassen en weidebloemen na, waarvoor schijnbaar willekeurige stukken zijn overgeslagen.
Er is keuze genoeg voor een wandeling. Wij volgen de blauwe bordjes van een route die vernoemd is naar één van de bovenlopen van de Drentsche Aa: het Anlooërdiep. De wandelroute van 11 kilometer is in te korten tot 7 kilometer. Genoeg voor twee of 3 uur plezier.
Vlonderpaden over wat waterwegen waren zijn nu niet echt nodig om de voeten droog te houden, maar wel aardig voor de afwisseling. Een echte traktatie zijn de Gasterse duinen, waar de heide in augustus prachtig paars is. Daar kruist de wandeling de Pieterpadetappe Zuidlaren – Rolde. Je moet dan dus wel de lange variant van deze route lopen, wat ook in andere jaargetijden de moeite zeker waard is.
Dan rest enkel nog teruglopen langs de andere zijde van het Anlooërdiep, voor een ijsje van de boer die tegenover de Koningsherberg aan de Anderenseweg een winkeltje heeft.
Blijf op de hoogte!
Ontvang een wekelijkse e-mail met de laatste blogberichten