Omdat het weer er goed is, stoppen we al snel na de grens met Frankrijk met kilometers vreten. De regio tussen Girona en de Costa Brava wordt op dat moment minstens zo goed voorzien van zon en aangenamere temperaturen als elk ander deel van de Spaanse oostkust. We volgen tips om mooie plaatsen in de regio Bajo Ampurdán te ontdekken, een baai die variatie biedt van ruige kustwandelingen tot oude kerkjes en nog oudere hunebedden.
Rond de rivier Ter
Op vlakke delen langs de kust zijn appartementen in veelvoud gebouwd om naast hotels en campings onderdak te bieden tijdens de zomerdrukte. In de winter is het er haast uitgestorven, op overwinteraars in campers na. Een enkele camping is nog open, maar ook veel parkeerplaatsen zijn beschikbaar en in dit jaargetijde zijn de betaalautomaten niet actief. We overnachten zowel ten zuiden als noorden van de rivier en maken mooie wandelingen langs het strand en over de ruige rotsen van de Costa Brava ten noorden van L’Estartit.
Pertadella
Voor meer cultureel toerisme kunnen we terecht in Pertadella, een pittoresk middeleeuws dorp. Onder de camperaars staat het bekend om de kerkklok, gebouwd op een oude vestingtoren, die elk kwartier slaat. Ook ’s nachts. We parkeren er praktisch naast, op een parkeerplaats die groot genoeg is voor veel meer toeristen, maar ook nu bijna ongebruikt én zonder slagboom gratis toegankelijk is. Ook deze omgeving is goed voor mooie wandelingen, zoals naar Canapost, met een oude kerk en bijzondere begraafplaats, en Palau-sator, ook een pittoresk dorpje. Daarna laten we ons een borrel goed smaken.
Romanyà de la Selva
Het dorpje Romanyà de la Selva stelt op zichzelf misschien niet heel veel voor, al is het prachtig gelegen met uitzicht op de Pyreneeën. Een eenvoudige parkeerplaats volstaat voor ons als camperplek, vanwaar we – je raadt het al – weer kunnen wandelen. We lopen naar de Dolmen de la Cova d’en Daina, een hunebed van meer dan 4500 jaar oud. Een leuke korte route (Ruta dels Gegants del bosc) loopt door de bossen rond het dorp en voert langs enorme oude kurkeiken. Daarna vallen we in slaap bij het geroep van een bosuiltje.
Voor langer wandelplezier trekken we het grootste gedeelte van een dag uit. Over de zuidelijke hellingen dalen we met onze gezichten in de zon af naar Bell-Lloc en Santa Cristina d’Aro. Het laatstgenoemde dorp naderen we het laatste stuk over een spoorbaan, waarlangs we natuurlijk een spoorhuisje vinden. Het traject is netjes verhard tot een fiets- en wandelpad. In de bebouwde kom vinden we een populair barretje waar ook pinchos en patatas worden geserveerd. Via een geleidelijkere helling klimmen we daarna terug om de 17 kilometer rond te lopen.
Met regen op komst kijken we voor de komende weken naar een bestemming zuidelijker voor mooier weer.
Blijf op de hoogte!
Ontvang een wekelijkse e-mail met de laatste blogberichten