Wiet roken in Jamaica

geschreven door Pim op

Wiet roken in Jamaica, daar kan je bijna niet omheen als je de populaire mening over het land volgt.

“Nee, bedankt. Ik let op mijn gezondheid”, zeg ik tegen de Rasta die zijn ganja aanbiedt. Ik krijg een glazige blik terug die ik gelijk toeschrijf aan het feit dat hij behoorlijk stoned is. Pas later besef begrijp ik dat hij misschien ook op zijn gezondheid let, maar op een andere manier. Wiet roken in Jamaica is voor een klein deel van de bevolking onderdeel van de levenswijze. De Rastafari’s roken wiet bij meditatie. Voor toeristen is wiet roken in Jamaica een attractie als gevolg van het beeld dat van het land is ontstaan.

Als je als Nederlander in het buitenland al gek wordt van de populaire aanname dat je uit Amsterdam komt en wiet rookt, dan weet je een beetje hoe dat voor veel Jamaicanen moet zijn. Wietgebruik hoort bij Rastafarianisme, dat door ongeveer 1% van de Jamaicaanse bevolking wordt gepraktiseerd. Het Rastafarianisme wordt gezien als een levenswijze, maar wordt door aanhangers ook gezien als een geloofssysteem. Dat geloofssysteem wordt gebaseerd op interpretaties van de Bijbel. Een aantal teksten worden uitgelegd als aanmoediging voor het gebruik van wiet. De Rasta’s zijn te herkennen aan meer dan hun wietgebruik. Rasta’s hebben vaak dikke dreads en eten vegetarisch of veganistisch, gewoontes die voortkomen uit het Oude Testament.

Ze luisteren niet per se naar reggae, dat zeker in het buitenland sterk geassocieerd wordt met Rastafarianisme dankzij de populariteit die de muziekstroming wereldwijd bracht voor de levenswijze. Aan die populariteit ontsprong een stroming van pseudo-rastafarianisme dat veel van de levenswijze omvat, maar in mindere mate het geloofsaspect. Met westerse interpretaties van Rastafarianisme en politieke verwikkelingen binnen Jamaica is hokjesdenken definitief uitgesloten. Met een beetje inlezen kom je er snel achter dat wiet roken, dreads groeien of een rood-geel-groene broek dragen op zichzelf genomen heel weinig over iemand zeggen.

Van Rastafarianisme of alleen wiet roken kan je natuurlijk denken wat je wilt. Dan kan je ervan uitgaan dat de gedachte over wiet roken in Jamaica al eens is geopperd. De Rastafari’s verdedigen hun overtuigingen voor het Jamaicaanse recht, dat wellicht verrassend conservatief is als je het tegen het stereotype van het land houdt. Het bezitten van cannabis is illegaal in Jamaica. Pas sinds sinds 2015 is bezit onder 56.6 gram een “kleine overtreding” die niet leidt tot een strafblad. Je mag 5 planten kweken. Je mag geen wiet in- of uitvoeren. Dat is allemaal niet heel anders dan het gedoogbeleid van Nederland. De versoepeling geeft de Jamaicanen nog maar een hint van een kans om deel te nemen in de toenemende legalisering van medicinale wiet en om het resultaat van jarenlange zorgvuldige cultivering van hun beste wiet uit te baten. Ik prent me nog eens in hoe belangrijk het is dat er voor ieders overtuiging genoeg ruimte is om er over te kunnen praten, volgens mij komen we dan samen veel verder.

Gelukkig is de gemiddelde Jamaicaan spraakzaam en behoorlijk relaxed, met of zonder wiet. Het eilandleven in het oosten van het land is ongehaast. De tropische temperaturen dwingen dat een beetje af, en de schoonheid van de natuur maakt het aangenaam. Het heeft er alle schijn van dat de Jamaicanen een eind kunnen komen door de vruchten te plukken van het land. Inkomsten uit toerisme helpen een handje. Er is dus vaak gelegenheid voor een gesprek. En in de meeste gevallen komt dan vroeg of laat ook wiet ter sprake. “You smoke?” wordt me gevraagd. “No, thank you”, zeg ik. “Ok”, zegt de Rasta terwijl hij zijn joint rolt. Er volgt geen verkooppraatje of religieus betoog; ieder z’n ding. Terwijl hij zijn joint rookt kijken we uit over zee en bespreken van alles – van het zwerfvuil tot internationale politiek.